Bekering tot de God van Israël

Door: Jeroen Bol

“De bekering die de kerk nodig heeft zal haar gegeven moeten worden van Godswege. Alleen God kan de bedekking en de verharding wegnemen.” Dit waren zo’n beetje de laatste woorden in mijn artikel ‘Geen plaats voor hoogmoed’ dat afgelopen jaar verscheen in het septembernummer van dit tijdschrift. Ik had verwacht dat het artikel wel voor enige discussie zou gaan zorgen. Afgezien van een aantal instemmende reacties bleef het echter verder stil. Dat heeft me toch wel enigszins verbaasd. Want het is nogal wat wat ik daar beweerde, dat het niet-Joodse deel van de christelijke kerk vanaf het begin van de tweede eeuw onder een oordeel van God zou zijn gevallen vanwege hoogmoed ten opzichte van de Joden. Dat oordeel bestond uit een gedeeltelijke verharding van de kerk van Godswege, zo concludeerde ik op basis van een bij mijn weten nog niet eerder gedane exegese van Romeinen 11:21 en 22. Een verharding die maakte dat de kerk niet langer bij machte was om Gods openbaring ten aanzien van Israël te verstaan. Volgens de exegese die ik in dat artikel voorstel is de kerk vanwege hoogmoed ten opzichte van de Joden door God nagenoeg blind gemaakt voor de verbondstatus van Israël. Het is dus niet in de eerste plaats onwil die maakte dat de kerk eeuwenlang geen oog heeft gehad voor de status die Israël bij God heeft, het is veeleer onvermogen. En dan wel een door God bewerkt onvermogen. Voor de onderbouwing van mijn exegese verwijs ik naar het artikel dat intussen ook te vinden is op de website van de Jules Isaac Stichting. De reacties die ik wél heb gekregen waren onverdeeld positief, vaak zelfs uitgesproken lovend. Onder degenen die reageerden waren ook verschillende theologen van naam. Geen van hen had substantiële kritiek op het artikel, noch op de gedane exegese, noch op de door mij getrokken conclusies. Dit was meer dan ik had durven hopen. Dat de door mij voorgestelde exegese ook bij theologen niet onder vuur kwam te liggen was voor mij belangrijk. Het heeft me gesterkt in de overtuiging waarschijnlijk op het juiste exegetische spoor te zitten. En het heeft me bemoedigd om de gekozen denklijnen verder door te trekken. In dit vervolgartikel doe ik enkele kleine stappen daartoe, met de bedoeling dat er later meer volgt, van mijn hand en hopelijk ook door anderen. Want dat zou betekenen dat het verhaal breder gaat landen. Dat ik dat gezien het grote belang van de zaak wenselijk acht moge duidelijk zijn.

Lees meer


Nostra Aetate en de reparatie van de theologie

Israël en het zelfverstaan van de kerk

Door J. Bol

In twee eerdere artikelen heb ik dit jaar stilgestaan bij de sleutelrol die Joden hebben gespeeld bij het tot stand komen van Nostra Aetate.1 Dat is niet zo maar, 2015 is een jubileumjaar. 28 oktober is het precies vijftig jaar geleden dat de Rooms Katholieke Kerk tijdens het Tweede Vaticaans Concilie met deze historische verklaring definitief afscheid nam van eeuwenoude anti-Joodse denkbeelden. Nostra Aetate is een beslissend keerpunt in de relatie Jodendom – Christendom van groot historisch gewicht. De verklaring moet gezien worden in de context van het brede spectrum van tal van kerkelijke verklaringen uit de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw die ongeveer hetzelfde verwoordden. De ontstaansgeschiedenis van Nostra Aetate maakt deel uit van een bewustwordingsproces waarin veel kerkgenootschappen zich in die jaren bevonden. Wel kan gezegd worden dat de Rooms Katholieke Kerk in 1965 met deze verklaring voorop liep. In de vierde paragraaf van Nostra Aetate, die specifiek handelt over de relatie van de Kerk met het Jodendom, lezen we onder meer het volgende:

Lees meer


Wie is Mark Kinzer?

Mark S. Kinzer is een van de meest invloedrijke Messias belijdende Joodse theologen van dit moment. In 1971 kwam hij tot geloof in Jezus, of zoal hij als Jood zegt: in Yeshua. Hij was toen negentien jaar. Van meet af aan wist hij dat zijn nieuw gevonden geloof binnen de context van het Jodendom uitgeleefd zou gaan worden. Anders gezegd, van begin af aan stond het voor Kinzer vast dat geloof in Jezus geen breuk met zijn Jood zijn en met het Jodendom betekende. Zijn nieuwe geloof in Jezus bleek het begin van een fascinerende ontdekkingstocht waaraan hij de rest van zijn leven is gaan wijden: hoe tegelijk voluit Jood te zijn én voluit gelovige in Jezus als de Messias van Israël en de Zoon van God. En hoe tegelijk voluit deel uit te maken van de ecclesia, de gemeente van Christus én van het Joodse volk. De klassieke opvatting zowel van christelijke als van Joodse zijde is dat dat niet tegelijk kan. Kinzer is tot een heel andere conclusie gekomen: het kan wél, en hij heeft er een nieuwe term voor bedacht: ‘bilaterale ecclesiologie’. Bilaterale ecclesiologie staat voor een opvatting over het wezen van de Kerk die als geen ander de diepe verbondenheid van Jezus, Israël en de Kerk recht doet en toelicht. In dit ‘model’ functioneert Messiaans Jodendom als een brug tussen enerzijds het volk Israël en de kerk uit de volken anderzijds. Het Messiaans Jodendom heeft de mogelijkheid om deze unieke brugfunctie te (gaan) vervullen omdat ze tegelijk deel uitmaakt van het volk Israël en van de Kerk. Op dit moment is dit echt nog toekomstmuziek. Menselijk gesproken zijn we daar nog lang niet. Maar Kinzer is er diep van overtuigd dat God dit zelf mogelijk zal gaan maken en realiseren: het helen van de breuk tussen kerk en jodendom. En daarvoor ziet Kinzer een unieke en profetische rol weggelegd voor wat hij noemt ‘Messianic Judaism’. In zijn boek uit 2005, ‘Postmissionary Messianic Judaism’ legt Kinzer zijn exegetische en theologische kaarten hiervoor op tafel. Het is mijns inziens een van de belangrijkste boeken over de relatie Kerk-Israël die de afgelopen tien jaar zijn verschenen. Kinzers voorstellen verdienen de volle aandacht van iedere serieuze theoloog.

Lees meer


De heilige missie van Jules Isaac: Jezus en Israël onopgeefbaar verbonden

door J. Bol

Komend najaar 28 oktober is het exact vijftig jaar geleden dat de Rooms Katholieke Kerk met de verklaring Nostra Aetate geschiedenis schreef in haar relatie tot het Joodse volk. Deze historische gebeurtenis vond plaats tijdens het Tweede Vaticaans Concilie. Paus Johannes Paulus XXIII riep 25 januari 1959, voor velen volkomen onverwacht, dit concilie bijeen. Het was een persoonlijk initiatief van de nieuwe paus. Slechts weinigen hadden zoiets verwacht van voormalig kardinaal Angelo Roncalli. De Italiaan was nog maar kort tevoren, na het overlijden van Paus Pius XII, op 28 oktober 1958 door de vergadering van kardinalen tot paus was verkozen. Angelo Roncalli is dan al 77 jaar en wordt vanwege zijn leeftijd door velen als een tussenpaus gezien, iemand van wie geen opzienbare stappen verwacht hoefden te worden. Maar dat pakt heel anders uit.
Het Tweede Vaticaans Concilie ging na gedegen voorbereiding ruim drie jaar later op 11 oktober 1962 van start. Het zou iets meer dan drie jaar gaan duren. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Het concilie staat regelmatig in de schijnwerpers van de internationale pers. Paus Johannes XXIII is zich bewust van de vele ingrijpende veranderingen in zijn dagen. Dit besef leeft bij veel van de kardinalen en bisschoppen, al zijn er ook conservatieve krachten die alles het liefst bij het oude willen laten. Het koloniale tijdperk loopt op zijn laatste benen, derde wereld landen worden in rap tempo zelfstandige staten. Europa heeft twee verwoestende wereldoorlogen achter de rug. Het hele continent moet na 1945 weer opgebouwd worden. Het zelfvertrouwen van de westerse cultuur heeft ernstige deuken opgelopen Het is ook de tijd waarin de moderne media hun vlucht beginnen te nemen. En waarin Oost en West elkaar met de dreiging van een allesvernietigende atoomoorlog in de houdgreep houden. De Sovjet Unie met haar communistische ideologie was een reële dreiging voor de Westerse wereld en de wereldkerk. De nieuwe paus acht het onontkoombaar dat de Rooms Katholieke Kerk zich grondig bezint over de vraag wat haar antwoord op dit alles moet zijn. De kerk moet ‘bij de tijd’ gebracht worden, ze kan niet gewoon op de oude voet doorgaan. Een bepaalde modernisering wordt onontkoombaar geacht. ‘Aggiornamento’ is het sleutelwoord. Een van de resultaten van het concilie is dat de mis, de rooms katholieke eredienst voortaan niet meer in het latijn maar in de landstalen gehouden zal gaan worden. Ook gaat de Bijbel een veel grotere rol spelen in liturgie, catechese en diaconie. Leken krijgen ruimte om een grotere rol te spelen in de parochies. De kerk wordt in plaats van een instituut nu veel meer als ‘volk van God’ gezien. Er komt openheid voor oecumene, de luiken gaan open naar Protestante en Orthodoxe kerken. Maar er was meer.

Lees meer


Bloed, zweet en tranen

De aanloop naar Nostra Aetate

Naar aanleiding van ‘From Enemy to Brother, the revolution in catholic teaching on the Jews 1933-1965, John Connelly, Harvard University Press, 2012

‘Van Vijand tot Broeder, de revolutie in de katholieke leer over de Joden 1933-1965, John Connelly, Harvard University Press, 2012 ( N.B. Er bestaat geen Nederlandse vertaling van dit boek, ik heb de titel slechts vertaald voor wie het Engels niet machtig is).

Door J. Bol

In 2012 verscheen een indrukwekkende en intussen al veelbesproken studie van de Amerikaanse historicus John Connelly. Het 376 pagina’s tellende boek is in tal van recensies in de V.S. geprezen als een baanbrekende studie die belangwekkende nieuwe feiten aan het licht brengt. Connelly deed voor het schrijven van dit boek maar liefst tien jaar onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van Nostra Aetate. Het boek is dan ook zeer gedocumenteerd, eindnoten, bibliografie en index beslaan samen maar liefst 73 pagina’s.

Lees meer


De adversus judaeos literatuur

Rosemary Ruether over de kerkvaders en de Joden

Door J. Bol

De Holocaust is zonder enige twijfel de grootste en meest vreselijke genocide uit de wereldgeschiedenis. Ze vond plaats midden in de moderne tijd, in een tijd van ongekende wetenschappelijke doorbraken en technische vooruitgang, in het hart van christelijk Europa. En dat nog wel in Duitsland, cultureel gezien destijds een van de hoogst ontwikkelde Europese landen, het land van Bach, Goethe en Schiller. Veel historici, filosofen, sociologen en theologen hebben zich gebogen over de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren. Een stroom van publicaties die vooral op gang kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw, en die sindsdien wereldwijd onverminderd aanhoudt, is daar getuige van. De Holocaust is uiteindelijk voor velen een raadsel gebleken. Ondanks tal van diepgravende studies blijft namelijk ten diepste de vraag onbeantwoord hoe de niets ontziende haat van de nazi’s tegen de Joden, en de bloedstollende wreedheid en onmenselijkheid waarmee de massamoord werd uitgevoerd, verklaard kunnen worden. Diverse auteurs kwamen nadat alles in kaart was gebracht tot de conclusie dat iedere verklaring uiteindelijk tekort schiet, dat de Holocaust een unieke demonische dimensie heeft die iedere wetenschappelijke verklaring tart.

Lees meer