Hoe de vervangingstheologie moest wijken voor het getuigenis van de bijbel

Door J. Bol

De idee dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen was naar alle waarschijnlijkheid al rond het jaar 100 na Christus gemeengoed in de vroege kerk. Het blijft nog steeds moeilijk te begrijpen dat deze opvatting al zo vroeg in de kerk heeft kunnen postvatten. Gelukkig zijn er in de kerkgeschiedenis ook tegengeluiden geweest van dappere christenen die wezen op Gods plan met Israël. Wel moet gezegd dat zij binnen de kerk altijd in de minderheid zijn geweest.

Hoe kon het dat de kerk al in zo’n vroeg stadium meende dat de rol van Israël was uitgespeeld? Nog geen vijftig jaar ervoor had de apostel Paulus toch in niet mis te verstane bewoordingen de gemeente te Rome gewaarschuwd deze heilloze weg niet in te slaan. In Romeinen 11 windt hij er geen doekjes om: God heeft Israël niet verstoten en de gelovige heidenen die als wilde loot geënt zijn op de stam Israël, moeten zich niet verheffen tegen de natuurlijke takken: de Joden. Het bleek al snel allemaal aan dovemansoren gericht. Met name de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 werd in de vroege kerk als bewijs aangevoerd dat de rol van Israël als verbondsvolk zou zijn uitgespeeld. Het Joodse volk dat in grote meerderheid Jezus niet als Messias erkende, viel volgens de jonge kerk nu verder onder de vloek en het oordeel van God. De kerk die inmiddels in grote meerderheid uit bekeerde heidenen bestond onterfde zo in feite Israël Alle heilsbeloften voor Israël in het Oude Testament werden vanaf nu op de kerk, het nieuwe Israël, betrokken. Maar de aanzeggingen van vloek en oordeel bleven van toepassing op de Joden.

Lees meer


De God van Israël en de christelijke theologie – deel 2

Naar aanleiding van R. Kendall Soulen, The God of Israel and Christian Theology, Fortress Press 1996

Door J. Bol

In mijn eerste artikel over het boek ‘The God of Israël and Christian Theology’ zette ik Kendall Soulens belangrijkste argumenten voor de theologische onhoudbaarheid van de vervangingstheologie op een rij. Het artikel sloot af met een bespreking van de diep ingrijpende invloed van wat Soulen de ‘canonical narrative’ noemt en het nauw daarmee samenhangende structurele karakter van de vervangingstheologie. Voor Soulens argumenten en voor zijn bespreking van de ‘ canonical narrative’ verwijs ik de lezer naar mijn in het novembernummer 2011 verschenen eerste artikel. In de door de vroege kerk ontworpen ‘canonical narrative’, het basisontwerp van Schepping-Zondeval-Komst van Christus en Voleinding, stond de geschiedenis van Israël en haar weg met God van meet af aan in de schaduw van het Evangelie. Soulen merkt in dit verband op: “Het resultaat is dat Gods identiteit als de God van Israël en de God van de geschiedenis van het Joodse volk nagenoeg geen rol van betekenis meer spelen in het beeld dat christenen van God hebben.” (pag. 33).

Lees meer


De God van Israël en de christelijke theologie – deel 1

Naar aanleiding van het gelijknamige boek van R. Kendall Soulen

Door: J. Bol

Ruim vier jaar geleden werd me pas voor het eerst duidelijk hoe ernstig de geschiedenis van het christendom belast is met antijudaïsme. Sindsdien hebben de anti-Joodse theologie van de vroege kerk, de anti-Joodse wetgeving sinds keizer Constantijn en de vele moordpartijen onder Joden sinds de kruistochten enorme vragen bij me opgeroepen. De meest dringende was hoe dit alles te rijmen met het evangelie van vergeving en naastenliefde dat me sinds jaren zo dierbaar is geworden. Het moge duidelijk zijn dat het niet te rijmen valt. De ontstaansgeschiedenis van de vervangingstheologie is onlosmakelijk verbonden met het antijudaïsme van de vroege kerk. En wat te denken van de gereformeerde theologie die me ook al heel lang dierbaar is? Het werd me na veel studie duidelijk dat ook deze traditie getekend is door de vervangingstheologie die teruggaat op de vroege kerkvaders Justinus en Irenaeus. Een vervangingstheologie die uiteindelijk haar definitieve beslag kreeg onder de kerkvader der kerkvaders, Augustinus.

Lees meer


De adversus judaeos literatuur

Rosemary Ruether over de kerkvaders en de Joden

Door J. Bol

De Holocaust is zonder enige twijfel de grootste en meest vreselijke genocide uit de wereldgeschiedenis. Ze vond plaats midden in de moderne tijd, in een tijd van ongekende wetenschappelijke doorbraken en technische vooruitgang, in het hart van christelijk Europa. En dat nog wel in Duitsland, cultureel gezien destijds een van de hoogst ontwikkelde Europese landen, het land van Bach, Goethe en Schiller. Veel historici, filosofen, sociologen en theologen hebben zich gebogen over de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren. Een stroom van publicaties die vooral op gang kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw, en die sindsdien wereldwijd onverminderd aanhoudt, is daar getuige van. De Holocaust is uiteindelijk voor velen een raadsel gebleken. Ondanks tal van diepgravende studies blijft namelijk ten diepste de vraag onbeantwoord hoe de niets ontziende haat van de nazi’s tegen de Joden, en de bloedstollende wreedheid en onmenselijkheid waarmee de massamoord werd uitgevoerd, verklaard kunnen worden. Diverse auteurs kwamen nadat alles in kaart was gebracht tot de conclusie dat iedere verklaring uiteindelijk tekort schiet, dat de Holocaust een unieke demonische dimensie heeft die iedere wetenschappelijke verklaring tart.

Lees meer


Burger van twee werelden

Door J. Bol

Wijlen dr. W. Aalders schreef jaren terug een lezenswaardig boek onder de titel: ‘Burger van twee werelden’. Ik heb het boek ooit gelezen en meen dat Aalders de ‘dubbele nationaliteit’ van de christen op het oog had met deze titel. In zijn geval burger van Nederland en burger van een rijk in de hemelen. Je moet dan direct denken aan Philippenzen 3 vers 20. Met de loyaliteitsconflicten die dit kan opleveren in het leven van een christen zijn we allemaal bekend. Maar ik doel met deze titel nu op iets anders. Als christen voel ik me steeds meer als burger in twee andere werelden. Ik ben christen, lid van een kerk en maak deel uit van de bredere nationale en ook mondiale christelijke gemeenschap. Tot die wereld behoren ook christelijke denkers, theologen, filosofen, historici, ethici en wat dies meer zij. Maar de afgelopen tien jaar ben ik ook steeds meer geboeid en gegrepen geraakt door een andere wereld: de wereld van het Jodendom. Dat begon als ik me goed herinner met het lezen van boeken van Chaim Potok. Ik meen dat ik bij hem ergens las over een rabbi die op de vraag of de Messias al gekomen was naar buiten keek, constateerde dat alles er nog net zo uitzag als altijd en daarom de vraagsteller met een nee antwoordde. Dat bleef bij me haken. Wij christenen belijden dat in Jezus de Messias al gekomen is ook al verwachten wij Hem nog een tweede keer terug. Maar die rabbi had natuurlijk wel een punt. Het ziet er nog niet bepaald uit of het met de Messias beloofde vrederijk al is aangebroken wanneer we onze straat inkijken of erger, het journaal aanzetten.

Lees meer


Terugwaarts christen strijders

Door J. Bol

Onlangs verzuchtte ik tegenover mijn vrouw dat de kerk op een ongeneeslijke patiënt begint te lijken. “En een ongeneeslijke patiënt is uiteindelijk een terminaal patiënt” wist ik er uit mijn ervaring als voormalig verpleegkundige aan toe te voegen. De aanleiding tot deze, toegegeven, wel erg sombere uitlating, waren wat uitspraken van Arjan Plaisier, scriba van de PKN, in het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 20 oktober. Plaisier liet weten dat “de hand wordt overspeeld wanneer met te grote stelligheid wordt betoogd dat de landbelofte onverkort blijft gelden, zeker wanneer dit nader ingevuld wordt als de belofte van een Rijk van Israël in Palestina, met Jeruzalem als hoofdstad… Zelfs in Romeinen 9 tot 11, waar Paulus zo uitgebreid op het Joodse volk ingaat, staat er geen letter over.”
Plaisier, scriba van de PKN, een kerk die in haar kerkorde( art.1 lid 7) belijdt onopgeefbaar verbonden te zijn met het volk Israël, stelt tegenwoordig dus vraagtekens bij de blijvende geldigheid van de landbelofte, een belofte gedaan aan datzelfde volk Israël waarmee de PKN belijdt onopgeefbaar verbonden te zijn. Hoe de scriba vraagtekens kan stellen bij wat God onder ede in het kader van een eeuwigdurend verbond aan Abraham en zijn nageslacht heeft beloofd is mij een raadsel. Ik noem de Schriftplaatsen nog maar weer even waar we deze onvoorwaardelijke belofte van God gedaan aan Abraham, Isaac en Jacob aantreffen: Genesis 12 vers 7, Genesis 15 vers 18, Genesis 17 vers 8, Genesis 26 verzen 2 tot en met 5, Genesis 28 vers 13, Genesis 35 vers 12. De scriba van de PKN merkt in hetzelfde artikel op dat we hier in het Nieuwe Testament eigenlijk niet veel over lezen en dat er in Romeinen 9-11, waar Paulus diep op het Joodse volk ingaat, ook met geen woord over het land wordt gerept.

Lees meer


Het liefdesgebod onverenigbaar met anti-joodse traditie

Door J. Bol

Wie zich ook maar enigszins verdiept in de tragische geschiedenis van de Joden in christelijk Europa, komt al snel voor lastige vragen te staan. De grootste vraag is waarschijnlijk hoe die geschiedenis valt te rijmen met de boodschap en kernwaarden van het Evangelie. Vergeving, naastenliefde, kwaad met goed vergelden, de liefde van God voor alle mensen, dat zijn er zo een paar.
Hoe moeten we die kernwaarden rijmen met een traditie van consequent negatief spreken over de Joodse medemens? Sommige lezers vragen zich nu wellicht af waarop gedoeld wordt. Lang niet iedereen is bekend met wat in de theologie de catechese der verguizing genoemd wordt. Aan de anti-joodse tendensen in de klassieke christelijke theologie wordt in de kerk doorgaans weinig aandacht besteed. Om die reden zijn slechts weinig mensen ermee bekend. De term catechese der verguizing staat voor de wijze waarop sinds de vroege kerk vanaf de tweede eeuw na Christus door theologen en kerkleiders systematisch op (vaak zeer) negatieve wijze over het Joodse volk is gedacht, gesproken en geschreven.

Lees meer