Boekrecensie: ‘Zegen door Israël; wat christenen moeten weten over Israël’

Oscar Lohuis, Goed Nieuws Bediening

Tijdens een retraite in Jeruzalem begin 2020 heeft Oscar Lohuis in enkele weken tijd grotendeels dit buitengewoon goed leesbare boek geschreven, geïnspireerd door het land waar hij verbleef. Als rondreizend predikant en bijbelleraar geeft Lohuis al jarenlang onderwijs over Bijbelse thema’s. Daarbij heeft de positie van Israël in de Bijbel, de rol van Israël in Gods verlossingsplan en het belang daarvan voor de Kerk een prominente plaats. Het vorig jaar verschenen boek sluit hierop aan. Het is bedoeld als een inleiding op het onderwerp, dat de bezinning over Israël kan stimuleren. Uit het boek spreekt meer dan alleen het overdragen van kennis – hoe interessant, relevant en soms verrassend ook; Lohuis laat hier ook zijn hart en zijn diepe verlangen spreken, al in de inleiding: “Mijn hoop en gebed is […] dat deze ontdekkingen ons verder zullen brengen op de weg van verootmoediging, terugkeer naar de Bijbel en voorbede voor het Joodse volk, Israël en de vrede van Jeruzalem”.
Zegen door Israël leent zich uitstekend voor bezinning, persoonlijk en in kleine groepen. De 22 hoofdstukken zijn kort en behandelen ieder een specifiek thema, afgesloten met een gebed. Het oude en het nieuwe verbond, zegen via Israël, bewogenheid met het Joodse volk, geestelijk herstel, toekomstverwachting en andere zaken komen in het boek aan de orde. Lohuis bewijst zichzelf als bijbelleraar door steeds weer de Bijbel zelf te laten spreken bij de soms ingewikkelde materie, die hij vervolgens helder en begrijpelijk weet te verwoorden. Het mag dan een ‘inleiding’ heten, het boek blijft beslist niet aan de oppervlakte!
Ik sluit me graag aan bij Lohuis: “Moge dit boek door de Heere, onze God, de God van Israël, […] gebruikt worden, tot bemoediging van velen, tot opbouw en vernieuwing van de Gemeente van Jezus Christus en tot zegen van Israël en het Joodse volk”.

Meer informatie en bestellen: www.goednieuwsbediening.nl/nieuw-boek-oscar-lohuis

ISBN: 978 90 82000 32 0 (paperback, 176 PAGINA’S, €12,95), 2020


Boekrecensie: ‘Israël in het hart van de kerk. Jezus in het hart van Israël’

Mark Kinzer, Scholten Zwolle 2020, 182 blz., €16,50

In deze bundel wordt het gedachtengoed van Mark Kinzer voor het eerst in het Nederlands onder de aandacht gebracht. Kinzer is een toonaangevende Messiaans-Joodse theoloog, medeoprichter van het Messianic Jewish Theological Institute in de VS en van het wereldwijde Messiaanse platform, bekend als de Helsinki Consultation. Sinds 2005 heeft hij in diverse publicaties aandacht gevraagd voor het theologische belang van de aanwezigheid van een Joodse gemeenschap binnen het lichaam van Christus. Hij pleit voor een ‘bilaterale ecclesiologie’, waarin er een eigen plaats is voor Joden en heidenen binnen de éne gemeente van Christus. In 2015 sprak hij tijdens een symposium van de Jules Isaacstichting. De lezingen die hij toen hield zijn nu beschikbaar door de inspanningen van de directeur van deze stichting, Jeroen Bol. Naast de lezingen van Kinzer bevat de bundel een interview met hem van de hand van Bol, evenals een informatieve historische schets van twintig eeuwen Messiaans Jodendom ‘in vogelvlucht’.
Elk van de lezingen begint met een grondige bespreking van een Bijbelgedeelte. De titel van het boek vormt er de rode draad in: doordat Jezus woont in het hart van Israël, ook vandaag, is Israël present in het hart van de kerk. Daarvoor hoeft men geen Israëltheologie te ontwerpen. Dit is de werkelijkheid, gegeven met het feit dat Jezus Joods is en nog steeds levend present te midden van het Joodse volk. Elk moment dat de Thora opengaat, is Hij daar. Voor Mark Kinzer zelf werd dit duidelijk door een persoonlijke ervaring, waarover hij vertelt in een van de lezingen. De kracht van de lezingen ligt in de wijze waarop hij die blijvende verbondenheid van Jezus met het hele Joodse volk theologisch doordenkt en relevant weet te maken voor de kerk van vandaag.
Kinzer begint met een aantal profetieën uit het OT. Jezus vereenzelvigt zich met het Joodse volk, representeert dat en vult aan waar Israël tekort schoot. Echter niet om Israëls geschiedenis daarmee te vervangen en het Joodse volk terzijde te schuiven, want ook in de toekomst blijft Jezus met hetzelfde volk verbonden. Zijn leven is niet alleen een vervulling van deze geschiedenis in retrospectief, maar ook prospectief: in wat Hij doet weerspiegelt zich wat Israël nog tegemoet zal gaan. De eenheid en verbondenheid wordt door de vervulling dus niet afgeschaft. Het is ontroerend om te lezen hoe Kinzer verwacht dat Israël dat op enig moment zal ontdekken. Zoals Jozef zich bekendmaakte aan zijn broers, terwijl hij al lang met hén begaan was, zo hoopt hij dat Jezus zich ook eenmaal ten volle bekend zal maken aan zijn volk: ‘Ik ben het, de Messias, jullie broeder’ (40).
Vanuit de brieven aan de Efeziërs en aan de Romeinen laat Kinzer zien hoe deze blijvende verkiezing van Israël verbonden is met de verkiezing van de gemeente van Christus, uit Joden en heidenen. Door het niet volledig binnengaan van Israël in de verlossing worden volgens Paulus nu ook heidenen bereikt met het evangelie. Zij mogen delen in wat Israël eerder al ontving. Met als doel dat uiteindelijk de hele schepping, Joden en heidenen, God de lof zullen toezingen (Rom. 15:8,9). Het geheimenis van de eenheid van Jood en heiden in de gemeente van Christus (in Ef. 3:6) is een profetisch teken van de verzoening van alle dingen in Christus, waarover Efeziërs 1:9,10 spreekt, ook als een geheimenis (96).
Daarmee zet Kinzer de verbondenheid van Joden en heidenen in de gemeente vandaag in een bijzonder perspectief. Hij verbindt dit perspectief evenwel met een vraag: kunnen Joden voluit als Jood blijven leven, door zich aan de Thora te houden, en tegelijk lid zijn van de christelijke gemeente? In Handelingen 15 werd aan niet-Joden alleen opgelegd, wat volgens het OT (Lev. 17,18) aan vreemdelingen gevraagd mocht worden in de gemeente (55). Zestig jaar later waren de rollen opeens omgedraaid in de kerk. Het leek erop dat het verdacht was om je als Jood nog aan de regels van de Thora te houden. En nog enige tijd later werd het houden van de wet aan Joden verboden, als zij Jezus wilden volgen, zoals ook blijkt uit het historische overzicht van de Messiaanse beweging (153).
Nu er voor het eerst sinds 20 eeuwen een voluit Joodse gemeenschap is waarin Jezus beleden wordt, is er een nieuwe kans voor de kerk om hierop te reageren. De bundel legt die uitdaging in ons midden. Er zijn exegetische verrassingen in te vinden, waar allicht ook kanttekeningen bij te plaatsen zijn. Het is vooral te hopen dat het gesprek over de vraag die Kinzer hierin stelt zal worden voortgezet, mogelijk tijdens een nieuw symposium van de Jules Isaacstichting.

Michael Mulder, doceert Nieuwe Testament en Kerk en Israël aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn en aan de CHE en is verbonden aan het Centrum voor Israëlstudies

Met toestemming overgenomen uit Inspirare. Tijdschrift voor charismatische & evangelische theologie, nummer 03 – 2020.  www.tijdschriftinspirare.nl


JEZUS VERBINDT HET JOODSE VOLK EN DE KERK

Door Dr. C.F.M. van den Hout, bisschop van Groningen – Leeuwarden

M. KINZER , Israël in het hart van de KerkJezus in het hart van Israël, uitgeverij Scholten, Zwolle 2020 (vertaling en redactie door J. Bol)

Jezus een jood!
Er is in de afgelopen decennia een denkproces op gang gekomen dat niet meer te stoppen is.
De ontdekking dat Jezus een jood is, heeft verregaande consequenties die langzaam duidelijker worden en nieuwe theologische vragen oproepen. Om te beginnen: heeft Jezus
afstand genomen van zijn godsdienstige afkomst? En hebben de apostelen hetzelfde gedaan? Als dat het geval is moeten we spreken van twee verschillende godsdiensten:
jodendom en christendom. Als Jezus geen afstand genomen heeft, is Hij nog steeds jood. Wat betekent dat dan voor de relatie tussen jodendom en christendom? Is het christendom
dan een stroming binnen het jodendom? Het antwoord heeft grote consequenties. Het is als met familie. Je komt er nooit van los, hoe anders de weg ook is die je gaat.

De Messiaanse jood
Het probleem van de verhouding tussen Israël en de Kerk komt scherper naar voren op het moment dat een jood Jezus als de Messias belijdt. De vraag doet zich dan voor wat hij of
zij met het jood-zijn moet doen. Afzweren?  Dat was in de geschiedenis van de Kerk altijd het motto. Er zijn genoeg joden tot in de 20e eeuw die dit gedaan hebben, gebroken met de
eigen rabbijns-joodse gewoonten. Maar als we belijden dat God het verbond met Israël niet heeft gebroken en dat Israël een blijvende status heeft in de heilsgeschiedenis (Nostra
aetate 4*), kunnen we dan zulke eisen nog stellen?

De jood Mark Kinzer belijdt de Messias
Deze en vele vergelijkbare vragen komen naar voren in de publicaties van Mark Kinzer. Hij is een jood die in 1971 tot geloof in Jezus kwam (liever spreekt hij van Jesjoea, waarmee het
jood-zijn van Jezus wordt benadrukt). Hij woont in Ann Arbor, in Michigan, Verenigde Staten. Hij promoveerde in 1995 aan de universiteit van Michigan en is voorganger/rabbi van de Messiaans Joodse gemeente Zera Avraham (zaad/nageslacht van Abraham). Het boek van hem dat recent in het Nederlands is vertaald, heet Israël in het hart van de Kerk. Jezus in het hart van Israël.

Israël-christologie
Jezus wordt in de theologie van Kinzer gezien als vertegenwoordiger van Israël, het eerste door God gekozen volk. We noemen dit Israël-christologie. Dit is anders dan de christologie
die we in het klassieke Europese christendom gewoon zijn en die geformuleerd is door de eerste concilies. Kort samengevat: Christus is de Zoon van God, mens geworden uit de
maagd Maria om ons mensen te redden. De ene persoon met een goddelijke en menselijke natuur: “God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één
in wezen met de Vader, en dóór wie alles geschapen is.” In de klassieke christologie komt de joodse achtergrond van Jezus en de apostelen nauwelijks uit de verf, merkte ik toen
ik de cursus christologie van professor B. Janssens (1989-1990) nog eens ter hand nam.

Een plaats in de Kerk voor het Messiaans jodendom
Kinzer pleit voor een plaats voor het Messiaans jodendom in de Kerk. Daarmee bedoelt hij een plaats voor joden die Jezus als de Messias belijden én trouw blijven aan de joodse feesten, besnijdenis, spijswetten en andere praktijken. Dit is een moeilijke positie. Door het (orthodoxe) jodendom worden joden die in Jezus als de Messias geloven niet meer als joden beschouwd en christenen eisten in het verleden dat men de joodse gewoonten afzwoer. De Kerk kan Jezus echter niet los maken van het jodendom en Israël kan zich niet losmaken van Jezus, omdat Hij zijn volk trouw blijft: “Het Joodse volk mag dan met Hem worstelen en het mag proberen zich uit zijn greep te bevrijden, maar dat gaat nooit lukken. Al zou het volk van Hem wegvluchten, Hij vlucht niet weg van hen, Hij blijft in hun midden” (p. 39).

Kinzer leest het Nieuwe Testament vanuit de Israël-christologie en analyseert Efeziërs 1-3 en Romeinen 9-11. Hij vindt voldoende aanknopingspunten om Jezus te typeren als iemand die zijn eigen godsdienst altijd trouw is gebleven en tot vertegenwoordiger ervan is aangesteld. De exegese van de teksten leidt tot een eigen vertaling, maar het wekt niet de indruk dat hij de tekst naar zijn hand zet. De argumentatie voelt aannemelijk aan.

Het eerste schisma
Israël is het uitverkoren volk van God. In Christus zijn de volken toegetreden, maar dit heeft er niet toe geleid dat de eerste keuze is komen te vervallen. Dit hebben we in het verleden wel gedacht en dat heeft ertoe geleid dat reeds vanaf de 2 e eeuw joden en christenen van elkaar afstand namen, hetgeen leidde tot een schisma waarbij met name de joodse volgelingen van Jezus tussen wal en schip vielen. De Kerk ging zichzelf zien als vervanger van Israël, het nieuwe Israël**, want het oude had afgedaan. De visie op Jezus was destijds het breekpunt. Zou Jezus nu niet de verbinding kunnen vormen? vraagt Kinzer zich af.

De weg terug naar eenheid
De theologie van Kinzer – en dat is goed om op te merken – is een orthodoxe en geen liberale theologie. Hij gelooft in Jezus als degene die verrezen is uit de doden en hij belijdt Jezus als
Zoon van God (p. 11). Voor ons katholieken is dat belangrijk om te weten. Er blijven nog genoeg vragen over die we als katholieken aan onszelf moeten stellen en vragen die wij aan Messiasbelijdende joden hebben. Als joden Jezus als de Messias belijden, kunnen zij dan ook de geloofsbelijdenis van NiceaConstantinopel onderschrijven? En de Apostolische geloofsbelijdenis? Verwachten wij van hen dat ze zich in de naam van de Drie-ene God laten dopen en vormen? Kunnen we samen het Avondmaal of de Eucharistie vieren? Welke plaats krijgen de Messiaanse joden ten opzichte van de (katholieke) kerkelijke hiërarchie? Of moet de Kerk zichzelf anders gaan definiëren? Als we de Messiaanse joden een plaats willen geven, zal dat nog een spannend en langdurig proces worden. Het gaat hierbij trouwens niet om een grote groep, maar om een principiële vraag.

Slot
Aan het kruis krijgt Jezus de titel mee ‘Jezus van Nazaret, Koning van de Joden’. Maakte dit louter deel uit van de spot die Jezus ten deel viel of raakte – onbedoeld voor de Romeinen
en joodse gezagsdragers – de titel aan de waarheid? Als dat zo is, zouden we het ons meer ter harte moeten nemen deze titel theologisch een goede plaats te geven.*** De laatste tijd raken ook katholieken betrokken in deze materie, die in protestantse kring al langer belangstelling kreeg. Christoph kardinaal Schönborn is een voorbeeld van een katholieke theoloog die betrokken is. Het Vaticaan heeft een theologische werkgroep ingesteld die ressorteert onder de Congregatie voor de Geloofsleer. Reden genoeg voor katholieken om in deze materie te participeren.

*Nostra aetate, een verklaring van het Tweede Vaticaans concilie.
**De Kerk omschrijven als ‘het nieuwe Israël’, zoals het concilie doet in Lumen Gentium 9, is te verstaan als het vernieuwde Israël, zoals Kinzer ook schrijft in zijn boek Searching Her Own Mystery.
***Conform Matteüs 2,2 en CKK 528.

Omdat het in dit artikel vooral gaat om het jodendom als godsdienst, is gekozen voor consequent jood met een kleine j.

Meer over dit onderwerp:
www.kcv-net.nl/meer/a/onderwerpen/joden-en-kerk


Met toestemming overgenomen uit het tijdschrift Bouwen aan de Nieuwe Aarde 2021-1

Mgr. dr. C.F.M. (Ron) van den Hout behaalde een licentiaat Bijbelse theologie aan de Gregoriana in Rome en promoveerde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen op het boek van de profeet Zacharia. Hij werd op 3 juni 2017 bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden.
Meer van hem over dit onderwerp:
0414 Israël en de volken – Sleutel voor verstaan van hele Bijbel, over het boek ‘De Messias leren’ van Edjan Westerman; in
2017-5 De Schrift in haar geheel, van Genesis tot Jezus, over een boek van Scott en Kimberly Hahn.
Meer over het onderwerp:
Lezingen, dialoog, artikelen, het boek van Mark Kinzer en andere boeken: Jules Isaac Stichting
Rubriek Joden – christenen op www.stucom.nl
Onderwerp Joden en Kerk op www.kcv-net.nl

Dit is document 0473 op www.stucom.nl

 

 

 


Boekrecensie: ‘Hoe denken wij?’

Jacob Keegstra (Scholten Uitgeverij)

Door: Ds. R.R. Maathuis

‘Hoe denken wij’? Jacob Keegstra (Scholten uitgeverij)

Met dit boek laat Keegstra op overtuigende wijze zien hoe ons denken niet alleen door bijbel kan worden gevormd maar ook diepgaand door de cultuur is misvormd. Hierbij is een trage manier van lezen wel de beste manier om veel uit het boek te halen. Bovendien is het een aanrader om het boek met anderen te lezen, elkaar bevragend en opscherpend. Ook de verwerkingsvragen aan het einde van ieder hoofdstuk zijn waardevol om je de stof eigen te maken.
De meeste aandacht wordt besteed aan het ‘Hebreeuws denken’, het eer­ste deel (ongeveer 100 pagina’s). Het Griekse denken in het tweede deel moet het met de helft doen. Bovendien wordt het Griekse denken in dat tweede deel nog eens met het Hebreeuwse denken gecon­fronteerd waardoor het bijbels den­ken nog meer ruimte krijgt. Dit schrijf ik niet als kritiek! Zelf ben ik niet zo filosofisch ingesteld (bij het gedeelte over Nietzsche raakte ik zelfs verveeld) en haal ik mijn hart helemaal op aan de gedegen uitleg van het Hebreeuws denken. Dán ben ik klaarwakker. En met de aangeboden bijbelse kennis wordt het wel heel duidelijk (een grote plus van het boek!) hoe diepgaand onze maatschappij (en wij!) door het Griekse den­ken is beïnvloed. En dus moeten wij ons bekeren en komen tot een vernieuwing van ons denken.
De schrijver heeft mij zeker ‘eyeopeners’ gegeven. Ik noem u er twee. In hoofdstuk 2.4 gaat hij in op de compositie van de bijbel. Voor degenen die het eerdere boek van Keegstra (‘Gods woord is één’) hebben gelezen, is dit een korte herhaling. Keegstra breekt een lans voor het profetisch lezen van Gods Woord. De christelijke opbouw van het Oude Testament (wet-geschriften-profeten) ver­sluiert eigenlijk het belang van ‘profetische’ lezing. Als wij de joodse opbouw (wet-profeten-geschiedenis) nemen en als wij ons bovendien realiseren dat de bijbelse focus in het midden staat, dan is er veel voor een profetische lezing te zeggen.
Echter, een daadwerkelijk voorbeeld op p. 152 kan ik niet helemaal mee­maken. De 2300 dagen en nachten in Daniel worden gezien als 2300 jaren. Met een opmerkelijke rekensom komt Keegstra dan uit op het jaar 1976: ‘het jaar dat Israël het heiligdom weer in rechten herstelt en Jeruzalem met de Tem­pelberg weer onder Joods bestuur plaatst’. Nu wordt de opvatting van 2300 ja­ren wel door sommigen gehuldigd maar het is geen gangbare opvatting. En waarom zouden wij de dagen en nachten als jaren opvatten?
Op p. 139 wordt aangegeven dat niet het zien van dingen maar het horen door het Woord van Christus (Rom. 10, 17) het belangrijkste voor het geloofs­leven is. Volgens Keegstra is dit, in het licht van -bijvoorbeeld- comapatienten, bijzonder omdat zij, in hun situatie, tóch kunnen horen. In het pastoraat leer je dat stervenden die ogenschijnlijk onbereikbaar zijn, vaak nog heel lang kunnen horen. Dus zou je kunnen zeggen dat mensen, tot op het laatst, bereikbaar zijn voor God. Toch een mooie gedachte!
Het boek biedt veel materiaal. Aanschaf zal u niet teleurstellen. Ook de heldere druk en dubbele boekflappen maken het boek tot een aantrekkelijk geheel.

Meer informatie en een inkijk exemplaar is te vinden op: scholtenuitgeverij.nl/shop/auteurs/jacob-keegstra/hoe-denken-wij/

ISBN: 978 94 92959 98 0 (paperback/e-book, 200 PAGINA’S), 2020


Boekrecensie: ‘Israël en wij’

Willem J. Ouweneel (Scholten Uitgeverij)

Door: Ds. R.R. Maathuis

‘Israël en wij’, Willem J. Ouweneel

Eigenlijk zou ik weleens een weekje met de auteur willen meelopen. Ge­woon eens meemaken hoe hij zijn dagen vult. Hoe laat staat hij op, hoe ziet zijn dag eruit, hoelang drinkt hij koffie met zijn vrouw, doet hij boodschappen, gaat hij weleens op bezoek? Als ik zijn on-voor-stel-bare schrijfproductie zie, kan ik mij hem alleen maar 20 uur per dag achter zijn computer voorstellen. Wat een gedrevenheid! In de nog steeds groeiende rij publicaties, heeft uitgeverij Schol­ten nu een nieuwe titel gepubliceerd: ‘Israël en wij’.
Het boek, met 146 pagina’s, is geen doorwrocht theologisch werk maar een -naar eigen zeggen- samenraapsel van 30 losse stukjes die hij in ongeveer drie jaar voor het Christelijk Informatie Platform heeft geschreven. Zelf geeft hij al aan dat er overlappingen zijn en dat niet alle stukjes even actueel meer zijn. Som­mige stukjes zijn echter wel voorzien van ‘een aanvulling’ die de column een actuele touch geven.
Nu ik het boek heb gelezen, is het mij wel duidelijk dat de lezer van zijn kennis en inzicht kan profiteren. Ouweneel lardeert zijn columns met een on­gekende hoeveelheid feiten. Het boek bevat een enorme uitstorting van kennis. En natuurlijk is informatie zeer op zijn plaats en gezien de vele facetten van de situatie in het Midden-Oosten kan informatie verhelderend werken maar soms vroeg ik mij of het echt zó uitgebreid moest. Gelukkig bestaat het boek niet alleen maar uit informatie. In een soepele schrijftrant verheldert ‘deze school­meester’ (p. 139) Ouweneel tal van zaken. En met dit complexe onderwerp is dat een grote plus!
Gezien de aard van het boekje (een bundel columns) kan ik geen gedegen recensie schrijven. Het samenraapsel leent zich daar niet voor. Vele onder­werpen komen voorbij. Ouweneel heeft ons een dienst bewezen door de dertig stukjes, die over een aantal jaren verspreid zijn geschreven, te bundelen. En de uitgever heeft met deze, met zorg uitgegeven, publicatie (prachtige cover!) ons een titel in de hand gegeven waar iedere christen zijn voordeel mee kan doen. Eén tip: lees het boekje niet in één keer uit, maar lees, gedurende een maand, iedere dag één stukje. Dan krijgt u de meeste profijt van uw aankoop.

Meer informatie en een inkijk exemplaar is te vinden op: scholtenuitgeverij.nl/boeken/israel-en-wij/

ISBN: 978 90 83080 70 3 (paperback, 146 PAGINA’S), 2020


Boekrecensie: Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen

Dr. Pieter Siebesma (Den Hertog)

Door: Bjorn Lous

‘Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen – Dr. Pieter Siebesma

Er verschijnen met enige regelmaat vernieuwende theologische studies in het Engels vanuit Messiaans-Joods (post-supersessionist) perspectief. Over de geschiedenis van het antisemitisme en van Messiaanse Joden zijn ook verschillende goede Engelstalige boeken beschikbaar, hoewel het al even geleden is dat deze geschreven zijn. Afgelopen oktober is een nieuw Nederlandstalig boek verschenen van de hand van Pieter Siebesma, een expert op het gebied van Messiaanse Joden. Zijn werk biedt een actueel en helder overzicht van de geschiedenis van Joden die Jezus hebben erkend als de langverwachte Messias. Het leest vlot en biedt allerlei interessante feiten en een origineel perspectief met veel context.

Het boek begint met een mooie beschrijving van wat precies verstaan wordt onder ‘Messiasbelijdende Joden’. Naast een discussie over de aantallen laat dit hoofdstuk meteen de complexiteit zien van dit begrip, en de worsteling met de dubbele identiteit die veel Messiaanse Joden nog steeds ervaren. Zijn ze Joods, zijn ze christen, of nog iets anders? Door de eeuwen heen is de invulling die ze aan hun Joodse en christelijke identiteit gaven ook steeds verschillend geweest. Na een schets van de historische context in vogelvlucht volgt een systematische beschrijving van concrete situaties, waarbij Siebesma de geschiedenis opdeelt in drie periodes.

Hij begint met een beschrijving van de Joodse volgelingen van Jezus in Handelingen. Interessant is de beschrijving van wat hun Joods-zijn in die tijd inhield. Vervolgens bespreekt hij de situatie binnen en buiten het land van Israël na de verwoesting van de tempel. Ook bespreekt hij mogelijke verwijzingen naar Messiaanse Joden in de Joodse geschriften zoals de Talmoed. Daarbij kiest de auteur voor de conservatieve visie, waarin elke verwijzing die mogelijk op deze groep kan slaan als zodanig uitgelegd wordt. Hij noemt overigens wel dat er verschillende meningen bestaan, maar tot een uitgebreide theologische behandeling komt het niet. Dat is ook de lijn die hij in de rest van het boek volgt. Enerzijds is dat jammer, want daardoor blijft soms onduidelijk hoe ‘Joods’ de Messiaanse Joden waren. Met name naar hun verhouding tot de Thora blijft het soms gissen. Anderzijds is dat ook de kracht van het boek, omdat het daarmee een genuanceerd en objectief overzicht biedt, dat voor christenen (en Joden) uit elke theologische richting acceptabel en van grote waarde is.

Na de behandeling van de korte eerste periode volgen de eeuwen waarin de Kerk zich zeer anti-Joods opstelde, tot met de Franse Revolutie een nieuwe tijd aanbrak. In dit deel springt de beschrijving van de invloed van de Marranen op de Reformatie in Nederland er uit als unieke bijdrage. Deze Marranen waren Spaanse en Portugese Joden die, nadat de moslims uit Spanje verdreven waren, gedwongen werden christen te worden. Velen van hen vluchtten naar Nederland, waarna de meesten hun christelijke geloof weer afzwoeren. Enkelingen kwamen tot persoonlijk geloof en sloten zich aan bij de diversiteit aan geloofsgenootschappen die in die tijd ontstonden.

De laatste tijdsperiode die besproken wordt begint in de negentiende eeuw, toen tal van zendingsorganisaties werden opgericht die zich specifiek op Joden richtten. Ook was de tijd van de emancipatie, waarin Joden volop mee mochten en gingen doen in de Europese samenlevingen. Uiteraard maken we hierin kennis met Isaac da Costa, maar ook met een aantal onbekendere tijdgenoten. Het boek sluit af met de Tweede Wereldoorlog, waarin Messiaanse Joden voor het eerst in de geschiedenis simpelweg als Joden werden beschouwd ondanks hun bekering. Tot slot maakt Siebesma nog enkele opmerkingen over de afgelopen decennia, die zich kenmerken door tal van belangrijke ontwikkelingen rondom het Joodse volk en de relatie tussen joden en christenen.

Wat het boek extra bijzonder maakt is dat het speciale aandacht heeft voor de Nederlandse context. Ook bijzonder zijn de vele persoonlijke verhalen die de verschillende hoofdstukken illustreren en ons helpen ons een voorstelling te maken bij wat het concreet betekende om in die tijd en context Messiaans Joods te zijn. Dat maakt dit beknopte, maar complete boekje een sterke en waardevolle uitgave, dat iedereen die enige interesse heeft in het onderwerp gelezen moet hebben.

EAN-code: 9789033130137 (paperback, 200 PAGINA’S), 2019


Boekrecensie: ‘De joodse Jezus’, de diepere betekenis in Zijn spreken en handelen

Gertruud Bakker (Scholtenuitgeverij)

Door: Ds. R.R. Maathuis

‘De joodse Jezus’, de diepere betekenis in Zijn spreken en handelen Gertruud Bakker (Scholtenuitgeverij)

Soms krijg je een boek in handen waarvan je denkt ‘dát boek had ik eerder willen hebben’. Na honderden preken geeft Gertruud Bakker mij nieuwe inzichten, laat zij diepere lagen in de Bijbel zien die ik graag aan de ge­meen­te had willen doorgeven. Gelukkig ben ik nog steeds in actieve dienst en kan ik haar boek dankbaar gebruiken in toekomstige preekvoorbereiding.
De auteur is joods en is op latere leeftijd tot geloof in Jezus geko­men. Voor haar is de Bijbel een studieboek waar zij iedere dag zo’n drie uur in leest. En dat betaalt zich uit! Tijdens het lezen zoekt zij woorden op en probeert zij verbanden te leg­gen. Ook zet zij haar kennis van vele theologische boeken in om bijbelgedeelten nog méér kleur en inhoud te geven. Waar het merendeel van chris­telijk Nederland een ‘christelijke Jezus’ kent, opent Bakker onze ogen (en ho­pelijk ook ons hart) voor ‘een joodse Jezus’. Na ieder hoofdstuk volgt een lijstje met belangrijke boeken waar de lezer ook zijn voordeel mee kan doen.
De auteur is overtuigd van het grote belang van de bijbel én van het feit dat het Woord van God niet maar een toevallige aaneenrijging van woorden is. Alles heeft een betekenis. Ik deel deze zienswijze volkomen. Getallen, woor­den, waar en hoe vaak deze woorden worden gebruikt: het heeft allemaal een betekenis. ‘De joodse Jezus’ laat dat duidelijk zien.
Vreemd vind ik wel dat Bakker kritiekloos allerlei vertalingen gebruikt waardoor de indruk wordt gewekt dat elke vertaling geschikt is voor persoon­lijke bijbelstudie. Door haar wordt zelfs de Bijbel in gewone taal gebruikt! Als er een vertaling is die mijlenver van de brontaal staat dan is het toch wel de Bijbel in gewone taal. En een vertaling als de Nieuwe Bijbelvertaling verduistert, door afwisselend woordgebruik voor hetzelfde hebreeuwse of griekse woord, een spoor dat de lezer al bij de bedoeling van een gedeelte zou kunnen brengen.
Nu kan ik vele prachtige vondsten van verfrissende verklaring doorgeven (de doop van Jezus, de intrigerende rode koe, het schrijven van Jezus in het zand) maar dan doe ik het boek te kort. Het boek moet echt gelézen worden. U zult verbaasd staan over de rijke betekenis en inhoud van de bijbel. Naast bepaalde vertrouwde verklaringen kán een gedeelte namelijk ook nóg een andere betekenis hebben. Met gelovige bescheidenheid geeft Bakker wel aan dat ‘haar’ betekenis niet de enige juiste zou zijn. Verschillende betekenissen naast elkaar geven de rijkdom van Gods Woord weer.
Tijdens het lezen moet u het boek wel langzaam lezen. Zelf maakte ik de fout door het boek snel te willen lezen. Nadat ik op een gegeven moment opnieuw én in een trager tempo was gaan lezen, liet het boek steeds meer schatten zien. De rijke informatie wordt in zeer gecondenseerde (ingedikte) zinnen weergegeven. Neem er dus de tijd voor! Ga als een slak door het boek opdat het vele mooie beklijft. Na ieder hoofdstuk is er aantal studievragen waardoor het gelezene persoonlijk verwerkt kan worden. Daarnaast is het boek zeer geschikt voor een leeskring in de gemeente.
Bij een (hopelijk!) tweede druk is het raadzaam het boek nog een keer op ‘foutjes’ door te vlooien. Er staan er te veel in. Volgens mij klopt zelfs de aanduiding van de op de achterflap vermelde psalm niet. Maar als u over deze ‘foutjes’ heen leest, zal uw liefde voor het onuitputtelijke en onfeilbare Woord van God alleen maar groeien.

ISBN: 978 94 92959 39 3 (paperback, 238 PAGINA’S), 2019; ook als e-book verkrijgbaar


Boekrecensie: Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism

Lionel J. Windsor ‘Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism – Christ’s Mission through Israel to the Nations’

Door: Robert Bezemer 

Lionel J. Windsor 'Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism - Christ’s Mission through Israel to the Nations'

Onderdeel van de serie New Testament after Supersessionism, J. Brian Tucker, David Rudolph, Justin Hardin (editors)

“De brieven aan Efeze en Kolosse spelen zich af in de dynamiek van Paulus’ goddelijke roeping tot zijn apostolische missie: Christus aan de volken bekend maken”. Zo leidt Windsor zijn recente studie naar de twee brieven van Paulus in. Het is de rode draad in het boek: de dynamiek waarin de apostel Paulus geroepen is om Christus aan de volken bekend te maken, en dat vanuit de relatie die er al bestaat tussen Israël en de volken. Geen evangelieprediking zonder die relatie in ogenschouw te nemen.

Het boek is theologisch stevige kost, maar leest ook heel prettig, onder andere door de heldere behandeling van passages in de brieven, en door de gerichte inleidingen aan het begin én de korte samenvattingen aan het eind van ieder hoofdstuk. Veel Griekse grondtekst wordt aangehaald, maar zonder dat dat de verhaallijn onderbreekt; wie het Grieks enigszins beheerst, zal dit als een verrijking van de exegese ervaren. Het boek besluit met een uitgebreide bibliografie, auteursindex en index van gebruikte teksten in zowel de canonieke als de apocriefe boeken.

De inleiding beschrijft een aantal theologische ontwikkelingen die voorbij het vervangingsdenken komen (zoals de bedelingenleer, Messiaans Jodendom en nieuw Paulus-onderzoek), die dit boek geïnspireerd hebben.

Alvorens Efeze en Kolossenzen inhoudelijk te behandelen, analyseert Windsor hoe de beide brieven zoal gelezen (kunnen) worden en hoe daar vaak een vervangingsgedachte achter kan zitten. Hij laat zien hoe de brieven en teksten daaruit tot op heden vaak uit hun context gelicht zijn door de specifieke missie van de apostel Paulus in de exegese buiten beschouwing te laten. Hij laat ook de ontwikkeling in het denken zien door daartegenover de theologische benadering te stellen van bijvoorbeeld Markus Barth, William Campbell en Mark Kinzer.

Het verband tussen Paulus’ missie en de relatie Israël-volken vormt de kern van het boek, al vanaf de uitleg van Ef. 1:1. Windsor gaat in op het belang van Paulus als apostel van Christus, de ‘heiligen’ aan wie hij schrijft, de zegen vanaf Ef. 1:3 met een sterke relatie naar beloften aan Israël, de dynamiek van ‘ons’ (Israël) naar ‘jullie’ (de volken) door de evangelieverkondiging, en het gebed van de apostel. In de behandeling van Ef. 2 ligt de nadruk op de cruciale rol van de evangelieverkondiging voor Christus’ werk van verzoening tussen Israël en de volken. Ook hier duidelijk onderscheid tussen ‘ons’ en ‘jullie’. Gelovigen uit de volken mogen nu ‘dichtbij’ komen dankzij Christus die onze vrede is en Zichzelf als offer gegeven heeft. Zo mogen nu ook de volken gebouwd zijn op het fundament van apostelen en profeten. Ef. 3 gaat hierop door, waarbij Windsor aandacht schenkt aan de vroege Joodse apostolische gemeenschap waarmee Paulus zich identificeert, van waaruit Gods grote verzoenende werk plaatsvindt, met Paulus als arbeider. Windsor toont aan dat in Ef. 4-6 feitelijk een ‘halacha voor de gelovigen uit de volken’ (halacha = wijze waarop Joden uiting geven aan de praktijk van het Judaïsme) wordt beschreven, ingeleid door Ef. 4:1, de oproep tot een wandel die onze roeping waardig is. Zo geven we uiting aan onze eenheid met de vroege Joodse apostolische gemeenschap van waaruit het evangelie van Christus tot de volken gekomen is. Die eenheid is fundamenteel, maar met veel ruimte voor en zegen door diversiteit, zoals blijkt uit deze hoofdstukken van Efeze. De ‘halacha voor de volken’ heeft een aantal duidelijke kenmerken, die kort worden toegelicht.

Windsor gebruikt de bevindingen van Efeze om een aantal passages in de brief aan de Kolossenzen te interpreteren. Dit is een voor de hand liggende keuze, omdat Efeze veel meer aanknopingspunten biedt dan Kolossenzen over de Joodse identiteit en de plaats van Israël in de apostolische missie naar de volken. Kolossenzen is dan ook sterker gericht op de lokale situatie, waarschijnlijk als waarschuwing tegen aantrekkelijk religieuze filosofieën van die tijd. Windsor laat een aantal tekstgedeelten in Kolossenzen de revue passeren. In positieve zin onder andere 1:12 (de erfenis van de heiligen in het licht), 1:24-29 (Paulus’ eigen apostolische taak, waarbij het geheimenis genoemd wordt, dat ook in Efeze terugkomt) en 4:10-11 (de Joodse medewerkers van Paulus). Windsor geeft een consistente interpretatie van teksten die vaak negatief naar Joden en naar de wet van Mozes zijn uitgelegd, onder andere 2:11 over de besnijdenis, 2:14 over het “handschrift dat tegen ons getuigde”, 2:16-17 over de ‘schaduw van toekomstige dingen’ en 3:11 over “niet Griek en Jood, … maar Christus is alles in allen”.

Kortom, Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism is een inspirerende studie van deze beide brieven, die voor velen nieuw licht zal werpen op vaak heel bekende Bijbelgedeelten. De ondertitel Christ’s Mission through Israel to the Nations geeft duidelijk de theologische richting aan die het boek verder uiteenzet, en die de lezer op een spoor zet dat het vervangingsdenken voorbij is.

Het goede nieuws is, dat we nog meer parels in deze lijn kunnen verwachten, want het boek maakt deel uit van de serie New Testament after Supersessionism, die bezig is te verschijnen, geschreven door verschillende Joodse en niet-Joodse auteurs. De delen over Filippenzen en over Romeinen zijn inmiddels ook verschenen en er zijn er nog 10 in aantocht, inclusief de evangeliën, veel brieven van Paulus en Hebreeën. Van harte aanbevolen!

ISBN 978-1- 4982-1906-8 (paperback), 2017; ook in hardcover en als e-book verkrijgbaar


Boekrecensie: 12 artikelen over Israël

Kees Kant, Michael Mulder, Bernhard Reitsma e.a.

Door: Ds. R.R. Maathuis

12 artikelen over IsraëlHet deeltje ’12 artikelen over Israël’ is het vijfde deel in de serie ‘Geloven op goede gronden’ waarmee de stichting Schrift en Belijden de waarde van theologisch denken in de confessionele traditie blijvend onder de aandacht wil brengen. We mogen dankbaar zijn dat in deze reeks een deeltje is verschenen dat voluit over Israël gaat (volk, land, staat, geschiedenis, heden en toekomst). Daar is moed voor nodig omdat ‘gesprek over Israël’ in de PKN toch vaak gedoe oplevert.
Het voordeel van deze uitgave (de veelheid aan onderwerpen) is tegelijkertijd ook een nadeel. Er is breed ingezet en dus kunnen niet alle aspecten breedvoerig worden besproken. Maar misschien moet je dat ook niet willen met een boek dat bedoeld is als gespreksboek voor de gemeente. Omdat Israël toch te lang van de kerkelijke agenda is geweest, moet er een soort informatie-inhaalslag voor gemeenteleden worden gemaakt en daar is het boekje in geslaagd. Kort worden hete hangijzers bij langs gegaan.
Hoewel de gespreksvragen aan het einde van ieder hoofdstuk nuttig voor een kring kunnen zijn, heb ik toch grote aarzelingen. Het is mijn ervaring dat ieder gesprek over Israël automatisch ‘gepolitiseerd’ wordt en dat de verschillende hakken in het zand worden gezet. Om enigszins aan dit gevaar te ontkomen, zou ik het zeer waardevol hebben gevonden als de eerste twee basis hoofdstukken (Israël in het Oude en Nieuwe Testament) tot 12 hoofdstukjes waren uitgewerkt. Om iets meer in een gesprek te kunnen zeggen dan makkelijke oneliners, is meer nodig dan een korte weergave van bepaalde hangijzers.

Bestel dit boek bijvoorbeeld bij Boekencentrum Uitgevers of bij uw plaatselijke (Evangelische) boekhandel.


Boekrecensie: Israel Matters

Gerald R. McDermott

Door: Bjorn Lous 

Afgelopen jaar verscheen ‘Israel Matters’ van Gerald McDermott. Een populair-theologisch boek dat ingewikkelde vragen rondom het volk en het land Israël toegankelijk maakt voor ‘gewone’ christenen. Het is een vrij dun boekje, van zo’n 130 pagina’s, dat vlot leest (ondanks de Engelse taal) maar waarin toch alle belangrijke vragen aan de orde komen. Voor wie zich verbonden voelt met Israël, en betrokken is bij de politieke situatie in het Midden-Oosten, is Israel Matters absoluut een must. Het biedt een goede doordenking van zowel de theologische als de politieke dimensie, met diepgang, nuance, en oog voor detail.

In de inleiding neemt de schrijver je mee in zijn persoonlijke zoektocht naar de rol van Israël in het christelijke verhaal. Als traditionele Anglicaan had McDermott grote moeite met het christen-zionisme. Dat was volgens hem niet alleen onverenigbaar met het evangelie. Het gebruikte bovendien de theologie om alles goed te praten wat de staat Israël deed zonder om te kijken naar het leed van de Palestijnen. De christelijke boodschap was duidelijk. Althans dat dacht hij, totdat hij de Bijbel erbij pakte en ging letten op de details. Het resultaat van zijn studie is mooi samengevat in Israel Matters. Fijngevoelig weet hij de vinger op de zere plek te leggen als hij de anti-Joodse aspecten van de kerkgeschiedenis beschrijft, maar ook de geschiedenis van het (christen)zionisme. Het boekje begint met een genuanceerd overzicht van het christelijk denken rondom Israël door de eeuwen heen. McDermott laat daarin bijvoorbeeld zien dat de loskoppeling van land en volk veel jonger is dan vaak gedacht, en niet zonder meer samen hangt met antisemitisme. Vervolgens geeft hij helder weer wat het Nieuwe Testament daadwerkelijk zegt over de relatie tussen Israël en de gelovigen uit de volken. Van daar maakt hij de overstap naar het Oude Testament, waarin hij een onderscheid ziet tussen het verbond met Israël en de landbelofte. Het verbond met Israël is onvoorwaardelijk en eeuwig. De landbelofte, of Israël in het land mag wonen en het mag regeren, is wel voorwaardelijk, zoals in het verleden bleek uit de verschillende ballingschappen waar Israël mee te maken kreeg. Vanuit het eeuwige verbond tussen God en Israël ziet McDermott echter ook een toekomst voor de landbelofte. Zoals het onderscheid tussen Israël en de andere volken in stand blijft, zo ook het onderscheid tussen het land Israël en de rest van de wereld. Toch leidt deze conclusie bij McDermott niet tot de standaard christen-zionistische visie. Vanuit het oogpunt van gerechtigheid blijft McDermott’s betrokkenheid bij het lot van de Palestijnen groot. Dat brengt hem tot een uitzonderlijk genuanceerde vorm van zionisme, waarin verbondenheid met Israël en liefde voor gerechtigheid in balans zijn.

Wat het boek extra bijzonder maakt, is dat McDermott het niet daarbij laat. Nadat hij zijn unieke zionistische visie geformuleerd heeft trekt hij die door naar het grotere verhaal van het christendom. In de laatste twee hoofdstukken gaat hij specifiek in op wat zijn visie betekent voor hoe we als christenen ons geloof belijden, en voor de boodschap die we verkondigen. Daarmee is zionisme, of de christelijke verbondenheid met Israël, niet langer een puur politiek verhaal, maar een verhaal dat ons geloof verdiept in al zijn aspecten. En waarin ruimte blijft voor politieke terughoudendheid en voorzichtige kritiek zonder te vervallen in ogenschijnlijk antisemitisme. Een echte aanrader dus.

Bestel dit boek bijvoorbeeld op Bol.com of bij uw plaatselijke (Evangelische) boekhandel.