Boekrecensie: Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism

Lionel J. Windsor ‘Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism – Christ’s Mission through Israel to the Nations’

Door: Robert Bezemer 

Lionel J. Windsor 'Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism - Christ’s Mission through Israel to the Nations'

Onderdeel van de serie New Testament after Supersessionism, J. Brian Tucker, David Rudolph, Justin Hardin (editors)

“De brieven aan Efeze en Kolosse spelen zich af in de dynamiek van Paulus’ goddelijke roeping tot zijn apostolische missie: Christus aan de volken bekend maken”. Zo leidt Windsor zijn recente studie naar de twee brieven van Paulus in. Het is de rode draad in het boek: de dynamiek waarin de apostel Paulus geroepen is om Christus aan de volken bekend te maken, en dat vanuit de relatie die er al bestaat tussen Israël en de volken. Geen evangelieprediking zonder die relatie in ogenschouw te nemen.

Het boek is theologisch stevige kost, maar leest ook heel prettig, onder andere door de heldere behandeling van passages in de brieven, en door de gerichte inleidingen aan het begin én de korte samenvattingen aan het eind van ieder hoofdstuk. Veel Griekse grondtekst wordt aangehaald, maar zonder dat dat de verhaallijn onderbreekt; wie het Grieks enigszins beheerst, zal dit als een verrijking van de exegese ervaren. Het boek besluit met een uitgebreide bibliografie, auteursindex en index van gebruikte teksten in zowel de canonieke als de apocriefe boeken.

De inleiding beschrijft een aantal theologische ontwikkelingen die voorbij het vervangingsdenken komen (zoals de bedelingenleer, Messiaans Jodendom en nieuw Paulus-onderzoek), die dit boek geïnspireerd hebben.

Alvorens Efeze en Kolossenzen inhoudelijk te behandelen, analyseert Windsor hoe de beide brieven zoal gelezen (kunnen) worden en hoe daar vaak een vervangingsgedachte achter kan zitten. Hij laat zien hoe de brieven en teksten daaruit tot op heden vaak uit hun context gelicht zijn door de specifieke missie van de apostel Paulus in de exegese buiten beschouwing te laten. Hij laat ook de ontwikkeling in het denken zien door daartegenover de theologische benadering te stellen van bijvoorbeeld Markus Barth, William Campbell en Mark Kinzer.

Het verband tussen Paulus’ missie en de relatie Israël-volken vormt de kern van het boek, al vanaf de uitleg van Ef. 1:1. Windsor gaat in op het belang van Paulus als apostel van Christus, de ‘heiligen’ aan wie hij schrijft, de zegen vanaf Ef. 1:3 met een sterke relatie naar beloften aan Israël, de dynamiek van ‘ons’ (Israël) naar ‘jullie’ (de volken) door de evangelieverkondiging, en het gebed van de apostel. In de behandeling van Ef. 2 ligt de nadruk op de cruciale rol van de evangelieverkondiging voor Christus’ werk van verzoening tussen Israël en de volken. Ook hier duidelijk onderscheid tussen ‘ons’ en ‘jullie’. Gelovigen uit de volken mogen nu ‘dichtbij’ komen dankzij Christus die onze vrede is en Zichzelf als offer gegeven heeft. Zo mogen nu ook de volken gebouwd zijn op het fundament van apostelen en profeten. Ef. 3 gaat hierop door, waarbij Windsor aandacht schenkt aan de vroege Joodse apostolische gemeenschap waarmee Paulus zich identificeert, van waaruit Gods grote verzoenende werk plaatsvindt, met Paulus als arbeider. Windsor toont aan dat in Ef. 4-6 feitelijk een ‘halacha voor de gelovigen uit de volken’ (halacha = wijze waarop Joden uiting geven aan de praktijk van het Judaïsme) wordt beschreven, ingeleid door Ef. 4:1, de oproep tot een wandel die onze roeping waardig is. Zo geven we uiting aan onze eenheid met de vroege Joodse apostolische gemeenschap van waaruit het evangelie van Christus tot de volken gekomen is. Die eenheid is fundamenteel, maar met veel ruimte voor en zegen door diversiteit, zoals blijkt uit deze hoofdstukken van Efeze. De ‘halacha voor de volken’ heeft een aantal duidelijke kenmerken, die kort worden toegelicht.

Windsor gebruikt de bevindingen van Efeze om een aantal passages in de brief aan de Kolossenzen te interpreteren. Dit is een voor de hand liggende keuze, omdat Efeze veel meer aanknopingspunten biedt dan Kolossenzen over de Joodse identiteit en de plaats van Israël in de apostolische missie naar de volken. Kolossenzen is dan ook sterker gericht op de lokale situatie, waarschijnlijk als waarschuwing tegen aantrekkelijk religieuze filosofieën van die tijd. Windsor laat een aantal tekstgedeelten in Kolossenzen de revue passeren. In positieve zin onder andere 1:12 (de erfenis van de heiligen in het licht), 1:24-29 (Paulus’ eigen apostolische taak, waarbij het geheimenis genoemd wordt, dat ook in Efeze terugkomt) en 4:10-11 (de Joodse medewerkers van Paulus). Windsor geeft een consistente interpretatie van teksten die vaak negatief naar Joden en naar de wet van Mozes zijn uitgelegd, onder andere 2:11 over de besnijdenis, 2:14 over het “handschrift dat tegen ons getuigde”, 2:16-17 over de ‘schaduw van toekomstige dingen’ en 3:11 over “niet Griek en Jood, … maar Christus is alles in allen”.

Kortom, Reading Ephesians & Colossians after Supersessionism is een inspirerende studie van deze beide brieven, die voor velen nieuw licht zal werpen op vaak heel bekende Bijbelgedeelten. De ondertitel Christ’s Mission through Israel to the Nations geeft duidelijk de theologische richting aan die het boek verder uiteenzet, en die de lezer op een spoor zet dat het vervangingsdenken voorbij is.

Het goede nieuws is, dat we nog meer parels in deze lijn kunnen verwachten, want het boek maakt deel uit van de serie New Testament after Supersessionism, die bezig is te verschijnen, geschreven door verschillende Joodse en niet-Joodse auteurs. De delen over Filippenzen en over Romeinen zijn inmiddels ook verschenen en er zijn er nog 10 in aantocht, inclusief de evangeliën, veel brieven van Paulus en Hebreeën. Van harte aanbevolen!

SBN 978-1- 4982-1906-8 (paperback), 2017; ook in hardcover en als e-book verkrijgbaar