‘Contouren van een nieuw canoniek verhaal’

Toelichting bij titel en onderwerp van de themadag op 19 november 2016

Door: Jeroen Bol

De ondertitel van de themadag luidt ‘Contouren van een nieuw canoniek verhaal’. Voor de meeste mensen zal niet direct duidelijk zijn wat we hiermee bedoelen. Daarom een korte toelichting. De term ‘canoniek verhaal’ is in 1996 geïntroduceerd door de Amerikaanse theoloog Kendall Soulen in zijn boek ‘The God of Israël and Christian Theology’. Hij introduceerde deze term om duidelijk te maken hoe diep het vervangingsdenken is verankerd geraakt in de traditie van de kerk en met name in haar uitleg van de Bijbel. Het begrip ‘canoniek verhaal’ neemt een centrale plaats in in Soulens analyse van hoe de vervangingstheologie werkt en waarom ze ten diepste niet bijbels is. Volgens Soulen is het van het allergrootste belang dat we oog gaan krijgen voor de sleutelrol die dit ‘canonieke verhaal’ speelt, willen we de erfenis van 1800 jaar vervangingsdenken in de christelijke traditie ooit werkelijk te boven komen.

Lees meer


Mark Kinzer en wat de vervangingstheologie gaat vervangen

Israël en de Kerk besteedt regelmatig aandacht aan de vervangingsleer. Die aandacht blijft nodig, want dit eeuwenoude denken is echt nog geen verleden tijd. Het manifesteert zich tegenwoordig meestal in meer verhulde vorm, ongemerkt meesprekend in tal van exegeses. Zeker, het vervangingsdenken heeft terrein verloren en het is niet langer onweersproken. Maar de invloed ervan is nog moeiteloos te bespeuren in veel preken en publicaties. Gelukkig hebben sinds de Shoah en de stichting van de staat Israël een fors aantal Protestante en Rooms Katholieke theologen hun beste krachten gewijd aan het overwinnen van dit denken, ook in ons land. Die inspanningen zijn niet tevergeefs geweest, er is de afgelopen vijftig jaar veel vooruitgang geboekt. Langzamerhand beginnen hier en daar de contouren zichtbaar te worden van een theologie en manier van Bijbel lezen die het Evangelie weet te brengen zonder dat men zich bedient van eeuwenoude ingesleten anti-Joodse stereotypen. In de meer academische Engelstalige theologie hanteert men in dit verband sinds enige tijd wel de term ‘post-supersessionist theology’ . ‘Supersessionism’ is in het Engelse jargon een synoniem voor de meer bekende term ‘replacement theology’, vervangingstheologie. De term ‘post-supersessionism’ wordt binnen de theologie nog niet zo heel lang gebruikt, de term ‘non-supersessionist’ is al langer gangbaar. Deze laatste term staat voor een theologische positie die ‘supersessionism’, het vervangingsdenken, afwijst.

Lees meer


Israël: Graat in de keel van de theologie

N.B. Voor een verklaring van de begrippen ‘vervangingstheologie’ ,’ amillennialisme’ en ‘premillennialisme‘ verwijs ik u graag naar de verklarende woordenlijst onderaan het artikel.

Door J. Bol

Als bestuur van de George Whitefield Stichting hebben we een jaar van bezinning over de relatie Kerk-Israël achter de rug. De aanleiding hiertoe was de voor mij schokkende ontdekking dat de Holocaust niet los gezien kan worden van het antijudaïsme in de klassieke christelijke vervangingstheologie. Dit was nieuw voor mij en het heeft er behoorlijk diep bij me ingehakt. Want hoe is het mogelijk dat een religie als het christendom, een religie die zaken als naastenliefde en vergeving zo hoog in het vaandel heeft staan, iets van doen zou kunnen hebben met zoiets duisters als het antisemitisme? Als bestuur samen nadenken over dit heftige vraagstuk bleek een niet eenvoudig maar wel heel vruchtbaar proces. Een proces waarmee we deels ver gekomen zijn en deels nog middenin zitten.

Lees meer


Hoe de vervangingstheologie moest wijken voor het getuigenis van de bijbel

Door J. Bol

De idee dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen was naar alle waarschijnlijkheid al rond het jaar 100 na Christus gemeengoed in de vroege kerk. Het blijft nog steeds moeilijk te begrijpen dat deze opvatting al zo vroeg in de kerk heeft kunnen postvatten. Gelukkig zijn er in de kerkgeschiedenis ook tegengeluiden geweest van dappere christenen die wezen op Gods plan met Israël. Wel moet gezegd dat zij binnen de kerk altijd in de minderheid zijn geweest.

Hoe kon het dat de kerk al in zo’n vroeg stadium meende dat de rol van Israël was uitgespeeld? Nog geen vijftig jaar ervoor had de apostel Paulus toch in niet mis te verstane bewoordingen de gemeente te Rome gewaarschuwd deze heilloze weg niet in te slaan. In Romeinen 11 windt hij er geen doekjes om: God heeft Israël niet verstoten en de gelovige heidenen die als wilde loot geënt zijn op de stam Israël, moeten zich niet verheffen tegen de natuurlijke takken: de Joden. Het bleek al snel allemaal aan dovemansoren gericht. Met name de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 werd in de vroege kerk als bewijs aangevoerd dat de rol van Israël als verbondsvolk zou zijn uitgespeeld. Het Joodse volk dat in grote meerderheid Jezus niet als Messias erkende, viel volgens de jonge kerk nu verder onder de vloek en het oordeel van God. De kerk die inmiddels in grote meerderheid uit bekeerde heidenen bestond onterfde zo in feite Israël Alle heilsbeloften voor Israël in het Oude Testament werden vanaf nu op de kerk, het nieuwe Israël, betrokken. Maar de aanzeggingen van vloek en oordeel bleven van toepassing op de Joden.

Lees meer


Terugwaarts christen strijders

Door J. Bol

Onlangs verzuchtte ik tegenover mijn vrouw dat de kerk op een ongeneeslijke patiënt begint te lijken. “En een ongeneeslijke patiënt is uiteindelijk een terminaal patiënt” wist ik er uit mijn ervaring als voormalig verpleegkundige aan toe te voegen. De aanleiding tot deze, toegegeven, wel erg sombere uitlating, waren wat uitspraken van Arjan Plaisier, scriba van de PKN, in het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 20 oktober. Plaisier liet weten dat “de hand wordt overspeeld wanneer met te grote stelligheid wordt betoogd dat de landbelofte onverkort blijft gelden, zeker wanneer dit nader ingevuld wordt als de belofte van een Rijk van Israël in Palestina, met Jeruzalem als hoofdstad… Zelfs in Romeinen 9 tot 11, waar Paulus zo uitgebreid op het Joodse volk ingaat, staat er geen letter over.”
Plaisier, scriba van de PKN, een kerk die in haar kerkorde( art.1 lid 7) belijdt onopgeefbaar verbonden te zijn met het volk Israël, stelt tegenwoordig dus vraagtekens bij de blijvende geldigheid van de landbelofte, een belofte gedaan aan datzelfde volk Israël waarmee de PKN belijdt onopgeefbaar verbonden te zijn. Hoe de scriba vraagtekens kan stellen bij wat God onder ede in het kader van een eeuwigdurend verbond aan Abraham en zijn nageslacht heeft beloofd is mij een raadsel. Ik noem de Schriftplaatsen nog maar weer even waar we deze onvoorwaardelijke belofte van God gedaan aan Abraham, Isaac en Jacob aantreffen: Genesis 12 vers 7, Genesis 15 vers 18, Genesis 17 vers 8, Genesis 26 verzen 2 tot en met 5, Genesis 28 vers 13, Genesis 35 vers 12. De scriba van de PKN merkt in hetzelfde artikel op dat we hier in het Nieuwe Testament eigenlijk niet veel over lezen en dat er in Romeinen 9-11, waar Paulus diep op het Joodse volk ingaat, ook met geen woord over het land wordt gerept.

Lees meer