JEZUS VERBINDT HET JOODSE VOLK EN DE KERK

Door Dr. C.F.M. van den Hout, bisschop van Groningen – Leeuwarden

M. KINZER , Israël in het hart van de KerkJezus in het hart van Israël, uitgeverij Scholten, Zwolle 2020 (vertaling en redactie door J. Bol)

Jezus een jood!
Er is in de afgelopen decennia een denkproces op gang gekomen dat niet meer te stoppen is.
De ontdekking dat Jezus een jood is, heeft verregaande consequenties die langzaam duidelijker worden en nieuwe theologische vragen oproepen. Om te beginnen: heeft Jezus
afstand genomen van zijn godsdienstige afkomst? En hebben de apostelen hetzelfde gedaan? Als dat het geval is moeten we spreken van twee verschillende godsdiensten:
jodendom en christendom. Als Jezus geen afstand genomen heeft, is Hij nog steeds jood. Wat betekent dat dan voor de relatie tussen jodendom en christendom? Is het christendom
dan een stroming binnen het jodendom? Het antwoord heeft grote consequenties. Het is als met familie. Je komt er nooit van los, hoe anders de weg ook is die je gaat.

De Messiaanse jood
Het probleem van de verhouding tussen Israël en de Kerk komt scherper naar voren op het moment dat een jood Jezus als de Messias belijdt. De vraag doet zich dan voor wat hij of
zij met het jood-zijn moet doen. Afzweren?  Dat was in de geschiedenis van de Kerk altijd het motto. Er zijn genoeg joden tot in de 20e eeuw die dit gedaan hebben, gebroken met de
eigen rabbijns-joodse gewoonten. Maar als we belijden dat God het verbond met Israël niet heeft gebroken en dat Israël een blijvende status heeft in de heilsgeschiedenis (Nostra
aetate 4*), kunnen we dan zulke eisen nog stellen?

De jood Mark Kinzer belijdt de Messias
Deze en vele vergelijkbare vragen komen naar voren in de publicaties van Mark Kinzer. Hij is een jood die in 1971 tot geloof in Jezus kwam (liever spreekt hij van Jesjoea, waarmee het
jood-zijn van Jezus wordt benadrukt). Hij woont in Ann Arbor, in Michigan, Verenigde Staten. Hij promoveerde in 1995 aan de universiteit van Michigan en is voorganger/rabbi van de Messiaans Joodse gemeente Zera Avraham (zaad/nageslacht van Abraham). Het boek van hem dat recent in het Nederlands is vertaald, heet Israël in het hart van de Kerk. Jezus in het hart van Israël.

Israël-christologie
Jezus wordt in de theologie van Kinzer gezien als vertegenwoordiger van Israël, het eerste door God gekozen volk. We noemen dit Israël-christologie. Dit is anders dan de christologie
die we in het klassieke Europese christendom gewoon zijn en die geformuleerd is door de eerste concilies. Kort samengevat: Christus is de Zoon van God, mens geworden uit de
maagd Maria om ons mensen te redden. De ene persoon met een goddelijke en menselijke natuur: “God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één
in wezen met de Vader, en dóór wie alles geschapen is.” In de klassieke christologie komt de joodse achtergrond van Jezus en de apostelen nauwelijks uit de verf, merkte ik toen
ik de cursus christologie van professor B. Janssens (1989-1990) nog eens ter hand nam.

Een plaats in de Kerk voor het Messiaans jodendom
Kinzer pleit voor een plaats voor het Messiaans jodendom in de Kerk. Daarmee bedoelt hij een plaats voor joden die Jezus als de Messias belijden én trouw blijven aan de joodse feesten, besnijdenis, spijswetten en andere praktijken. Dit is een moeilijke positie. Door het (orthodoxe) jodendom worden joden die in Jezus als de Messias geloven niet meer als joden beschouwd en christenen eisten in het verleden dat men de joodse gewoonten afzwoer. De Kerk kan Jezus echter niet los maken van het jodendom en Israël kan zich niet losmaken van Jezus, omdat Hij zijn volk trouw blijft: “Het Joodse volk mag dan met Hem worstelen en het mag proberen zich uit zijn greep te bevrijden, maar dat gaat nooit lukken. Al zou het volk van Hem wegvluchten, Hij vlucht niet weg van hen, Hij blijft in hun midden” (p. 39).

Kinzer leest het Nieuwe Testament vanuit de Israël-christologie en analyseert Efeziërs 1-3 en Romeinen 9-11. Hij vindt voldoende aanknopingspunten om Jezus te typeren als iemand die zijn eigen godsdienst altijd trouw is gebleven en tot vertegenwoordiger ervan is aangesteld. De exegese van de teksten leidt tot een eigen vertaling, maar het wekt niet de indruk dat hij de tekst naar zijn hand zet. De argumentatie voelt aannemelijk aan.

Het eerste schisma
Israël is het uitverkoren volk van God. In Christus zijn de volken toegetreden, maar dit heeft er niet toe geleid dat de eerste keuze is komen te vervallen. Dit hebben we in het verleden wel gedacht en dat heeft ertoe geleid dat reeds vanaf de 2 e eeuw joden en christenen van elkaar afstand namen, hetgeen leidde tot een schisma waarbij met name de joodse volgelingen van Jezus tussen wal en schip vielen. De Kerk ging zichzelf zien als vervanger van Israël, het nieuwe Israël**, want het oude had afgedaan. De visie op Jezus was destijds het breekpunt. Zou Jezus nu niet de verbinding kunnen vormen? vraagt Kinzer zich af.

De weg terug naar eenheid
De theologie van Kinzer – en dat is goed om op te merken – is een orthodoxe en geen liberale theologie. Hij gelooft in Jezus als degene die verrezen is uit de doden en hij belijdt Jezus als
Zoon van God (p. 11). Voor ons katholieken is dat belangrijk om te weten. Er blijven nog genoeg vragen over die we als katholieken aan onszelf moeten stellen en vragen die wij aan Messiasbelijdende joden hebben. Als joden Jezus als de Messias belijden, kunnen zij dan ook de geloofsbelijdenis van NiceaConstantinopel onderschrijven? En de Apostolische geloofsbelijdenis? Verwachten wij van hen dat ze zich in de naam van de Drie-ene God laten dopen en vormen? Kunnen we samen het Avondmaal of de Eucharistie vieren? Welke plaats krijgen de Messiaanse joden ten opzichte van de (katholieke) kerkelijke hiërarchie? Of moet de Kerk zichzelf anders gaan definiëren? Als we de Messiaanse joden een plaats willen geven, zal dat nog een spannend en langdurig proces worden. Het gaat hierbij trouwens niet om een grote groep, maar om een principiële vraag.

Slot
Aan het kruis krijgt Jezus de titel mee ‘Jezus van Nazaret, Koning van de Joden’. Maakte dit louter deel uit van de spot die Jezus ten deel viel of raakte – onbedoeld voor de Romeinen
en joodse gezagsdragers – de titel aan de waarheid? Als dat zo is, zouden we het ons meer ter harte moeten nemen deze titel theologisch een goede plaats te geven.*** De laatste tijd raken ook katholieken betrokken in deze materie, die in protestantse kring al langer belangstelling kreeg. Christoph kardinaal Schönborn is een voorbeeld van een katholieke theoloog die betrokken is. Het Vaticaan heeft een theologische werkgroep ingesteld die ressorteert onder de Congregatie voor de Geloofsleer. Reden genoeg voor katholieken om in deze materie te participeren.

*Nostra aetate, een verklaring van het Tweede Vaticaans concilie.
**De Kerk omschrijven als ‘het nieuwe Israël’, zoals het concilie doet in Lumen Gentium 9, is te verstaan als het vernieuwde Israël, zoals Kinzer ook schrijft in zijn boek Searching Her Own Mystery.
***Conform Matteüs 2,2 en CKK 528.

Omdat het in dit artikel vooral gaat om het jodendom als godsdienst, is gekozen voor consequent jood met een kleine j.

Meer over dit onderwerp:
www.kcv-net.nl/meer/a/onderwerpen/joden-en-kerk


Met toestemming overgenomen uit het tijdschrift Bouwen aan de Nieuwe Aarde 2021-1

Mgr. dr. C.F.M. (Ron) van den Hout behaalde een licentiaat Bijbelse theologie aan de Gregoriana in Rome en promoveerde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen op het boek van de profeet Zacharia. Hij werd op 3 juni 2017 bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden.
Meer van hem over dit onderwerp:
0414 Israël en de volken – Sleutel voor verstaan van hele Bijbel, over het boek ‘De Messias leren’ van Edjan Westerman; in
2017-5 De Schrift in haar geheel, van Genesis tot Jezus, over een boek van Scott en Kimberly Hahn.
Meer over het onderwerp:
Lezingen, dialoog, artikelen, het boek van Mark Kinzer en andere boeken: Jules Isaac Stichting
Rubriek Joden – christenen op www.stucom.nl
Onderwerp Joden en Kerk op www.kcv-net.nl

Dit is document 0473 op www.stucom.nl

 

 

 


Christendom zonder antisemitisme: welke aanpassingen zijn nodig in het onderwijs over de Joden?

Tijdens de oorlog heeft Jules Isaac, terwijl hij met zijn vrouw moest onderduiken voor de Nazi’s, uitgebreid onderzoek gedaan naar de wortels van het antisemitisme in Europa. Hij kwam tot de conclusie dat het antijudaisme in de christelijke theologische traditie, en de verwerking hiervan in talloze catechesematerialen en liturgische teksten, in grote mate heeft bijgedragen aan het bevorderen en acceptabel maken van antisemitische denkbeelden. In zijn bestudering van de grondtekst van de Nieuw-Testamentische geschriften meende Isaac echter geen ondersteuning te vinden voor deze denkbeelden. Om af te rekenen met het christelijke antisemitisme deed hij 18 voorstellen om de christelijke theologie te helpen zich hiervan te ontdoen, en beter in overeenstemming te brengen met het Nieuwe Testament. In 1947 vormden deze 18 voorstellen het uitgangspunt van de discussie op de grote interkerkelijke conferentie in Seelisberg. Deze conferentie had tot doel om tot een adequate bestrijding van het antisemitisme te komen, en om een aanzet te geven tot verzoening tussen Joden en Christenen. Hieronder vind je de Engelse vertaling van de volledige tekst van de voorstellen van Jules Isaac, die ook vandaag de dag nog belangrijk en relevant zijn.

“The rectification necessary in Christian teaching: eighteen points“The rectification necessary in Christian teaching: eighteen points”

 

By Jules Isaac

From his magnum opus ‘Jesus and Israel’.

Christian teaching worthy of the name should

1. give all Christians at least an elementary knowledge of the Old Testament; stress the fact that the Old Testament, essentially Semitic – in form and substance – was the Holy Scripture of the Jews before becoming the Holy Scripture of Christians;

2. recall that a large part of Christian liturgy is borrowed from it, and that the Old Testament, the work of Jewish genius (enlightened by God), has been to our own day a perennial source of inspiration to Christian thought, literature and art;

3. take care not to pass over the singularly important fact that it was to the Jewish people, chosen by Him, that God first revealed Himself in His omnipotence; that it was the Jewish people who safeguarded the fundamental belief in God, then transmitted it to the Christian world;

4. acknowledge and state openly, taking inspiration from the most reliable historical research, that Christianity was born of a living, not a degenerate Judaism, as is proved by the richness of Jewish literature, Judaism’s indomitable resistance to paganism, the spiritualization of worship in the synagogues, the spread of proselytism, the multiplicity of religious sects and trends, the broadening of beliefs; take care not to draw a simple caricature of historic Phariseeism;

5. take into account the fact that history flatly contradicts the theological myth of the Dispersion as providential punishment for the Crucifixion, since the Dispersion of the Jewish people was an accomplished fact in Jesus’ time and since in that era, according to all the evidence, the majority of the Jewish people were no longer living in Palestine; even after the two great Judean wars (first and second centuries), there was no dispersion of the Jews of Palestine;

6. warn the faithful against certain stylistic tendencies in the Gospels, notably the frequent use in the fourth Gospel of the collective term “the Jews” in a restricted and pejorative sense – to mean Jesus’ enemies: chief priests, scribes, and Pharisees – a procedure that results not only in distorting historic perspectives but in inspiring horror and contempt of the Jewish people as a whole, whereas in reality this people is in no way involved;

7. state very explicitly, so that no Christian is ignorant of it, that Jesus was Jewish, of an old Jewish family, that he was circumcised (according to Jewish Law) eight days after his birth; that the name Jesus is a Jewish name, Yeshua, Hellenized and Christ the Greek equivalent of the Jewish term Messiah; that Jesus spoke a Semitic language, Aramaic, like all the Jews of Palestine; and that unless one reads the Gospels in their earliest text, which is in the Greek language, one knows the Word only through a translation of a translation;

8. acknowledge – with Scripture – that Jesus “born under the [Jewish] law” (Gal. 4:4), lived “under the law”; that he did not stop practicing Judaism’s basic rites to the last day; that he did not stop preaching his Gospel in the synagogues and the Temple to the last day;

9. not fail to observe that during his human life, Jesus was uniquely “a servant to the circumcised” (Rom. 15:8); it was in Israel alone that he recruited his disciples; all the Apostles were Jews like their master;

10. show clearly from the Gospel texts that to the last day, except on rare occasions, Jesus did not stop obtaining the enthusiastic sympathies of the Jewish masses, in Jerusalem as well as in Galilee;

11. take care not to assert that Jesus was personally rejected by the Jewish people, that they refused to recognize him as Messiah and God, for the two reasons that the majority of the Jewish people did not even know him and that Jesus never presented himself as such explicitly and publicly to the segment of the people who did know him; acknowledge that in all likelihood the messianic character of the entry into Jerusalem on the eve of the Passion could have been perceived by only a small number;

12. take care not to assert that Jesus was at the very least rejected by the qualified leaders and representatives of the Jewish people; those who had him arrested and sentenced, the chief priests, were representatives of a narrow oligarchic caste, subjugated to Rome and detested by the people; as for the doctors and Pharisees, it emerges from the evangelical texts themselves that they were not unanimously against Jesus; nothing proves that the spiritual elite of Judaism was involved in the plot;

13. take care not to strain the texts to find in them a universal reprobation of Israel or a curse which is nowhere explicitly expressed in the Gospels; take into account the fact that Jesus always showed feelings of compassion and love for the masses;

14. take care above all not to make the current and traditional assertion that the Jewish people committed the inexpiable crime of decide, and that they took total responsibility on themselves as a whole; take care to avoid such an assertion not only because it is poisonous, generating hatred and crime, but also because it is radically false;

15. highlight the fact, emphasized in the four Gospels, that the chief priests and their accomplices acted against Jesus unbeknownst to the people and even in fear of the people;

16. concerning the Jewish trial of Jesus, acknowledge that the Jewish people were in no way involved in it, played no role in it, probably knew nothing about it; that the insults and brutalities attributed to them were the acts of the police or of some members of the oligarchy; that there is no mention of a Jewish trial, of a meeting of the Sanhedrin in the fourth Gospel;

17. concerning the Roman trial, acknowledge that the procurator Pontius Pilate had entire command over Jesus’ life and death; that Jesus was condemned for messianic pretensions, which was a crime in the eyes of the Romans, not the Jews: that hanging on the cross was a specifically Roman punishment; take care not to impute to the Jewish people the crowning with thorns, which in the Gospel accounts was a cruel jest of the Roman soldiery; take care not to identify the mob whipped up by the chief priests with the whole of the Jewish people or even the Jewish people of Palestine, whose anti-Roman sentiments are beyond doubt; note that the fourth Gospel implicates exclusively the chief priests and their men;

18. last not forget that the monstrous cry, “His blood be on us and on our children!” (Mt. 27:25), could not prevail over the Word, “Father, forgive them; for they know not what they do” (Lk. 23:34).

These eighteen points have in fact served as a basis of discussion for a (Christian) commission, the Third Commission of the International Emergency Conference of Christians and Jews at Seelisberg, Switzerland, in August 1947. From these deliberations emanated the important document known under the title of the Ten Points of Seelisberg.”

Source: ‘Jesus and Israel’, edited by Claire Huchet Bishop, Holt Rinehart and Winston publishers, 1971. (Original ‘Jésus et Israel’, Fasquelle Éditeurs Paris, 1959)


Israël zegenen

Preek Israëlzondag 7 oktober 2012

Door: J. Bol

LEZEN uit HSV: Genesis 12:1-7 en Efeze 1: 3-4

De Heere nu zei tegen Abram: Gaat uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en Ik zal u tot zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. Toen ging Abram op weg, zoals de Heer tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud toen hij uit Haran vertrok.

Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, omdat Hij ons voor de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde.

Lees meer


Een veelbelovende Joods-christelijke dialoog

Door J. Bol

Het was zeer begrijpelijk geweest wanneer na de Holocaust Joodse denkers iedere lust tot enig gesprek met christelijke denkers zou zijn vergaan. Het tegendeel is echter het geval geweest. Sterker nog, het initiatief voor een gesprek kwam al kort na de Tweede Wereldoorlog zelfs regelmatig van Joodse kant. Een bekende naam in dit verband is de Franse Joodse historicus Jules Isaac, schrijver van het zeer invloedrijke boek ‘Jesus et Israël’, een boek dat hij begon te schrijven terwijl hij in Frankrijk ondergedoken zat. Zijn vrouw, die intussen al diep betrokken was geraakt bij de studie van haar man naar de wortels van het antisemitisme in het christendom, wist een briefje uit de trein te smokkelen die haar naar Auschwitz voeren zou. Ze schreef: “Red jezelf voor je werk; de wereld wacht erop”. Dit korte briefje is bepalend geweest voor Isaac’s verdere leven. Het was Jules Isaac die de term ‘catechese der verguizing’ introduceerde. Tijdens zijn onderduikperiode was hij regelmatig in gesprek met verschillende predikanten over de wortels van het antisemitisme in de christelijke theologie. Zijn vrouw, dochter en schoonzoon kwamen allen om in Auschwitz. Na de oorlog stichtte Isaac in 1948 ‘L’Amitié Judeo-Chretienne’, een groep bestaande uit Joden en christenen. Zij stelden zich ten doel om verkeerde ideeën over het geloof van Joden en Christenen volledig uit de wereld te helpen en om te werken aan een positieve waardering over en weer van elkaars geloofstraditie. Isaacs persoonlijke onderhoud in 1960 met paus Johannes XXIII was de aanleiding voor de historische encycliek Nostra Aetate. In deze encycliek nam de Rooms Katholieke kerk voor het eerst in 1800 jaar officieel afstand van het christelijke antijudaïsme.

Lees meer